Kuta – geen familie van zijn naamgenoot op Bali – is een klein stadje waar je met zand aan je voeten rondloopt, aan een brede baai op ongeveer een halfuur van het vliegveld van Lombok. Tien jaar geleden was het een surfersdorp met een paar homestays; nu heeft het goede cafés, yogastudio’s, boutiquehotels en, net ten oosten ervan, de resortzone Mandalika met haar MotoGP-circuit. Het blijft ontspannen, goedkoper dan Bali en omringd door enkele van de mooiste stranden van Indonesië.
Die stranden zijn de reden om te komen. Tanjung Aan heeft twee halvemaanvormige stranden en water van een onwaarschijnlijk blauw. Selong Belanak is een perfecte boog met zachte golven waarop duizenden mensen hebben leren surfen. Mawun is een hoefijzervormige baai tussen twee heuvels, vaak bijna leeg. Erboven ligt de grazige bult van Bukit Merese, waar iedereen naartoe gaat voor de zonsondergang.
In het binnenland zijn de rietgedekte gehuchten Sade en Ende en het weversdorp Sukarara de toegankelijkste kennismaking met de Sasak-cultuur, en verder naar het noorden klimmen de rijstterrassen van Tetebatu tegen de lagere hellingen van de Rinjani op. Dit alles ligt op twee tot drie uur van de Gili-havens – in feite een ander eiland, en de transfer meer dan waard.
Hoogtepunten
- Een eerste surfles op de zachte golven boven de zandbodem van Selong Belanak
- Zwemmen in het turquoise ondiepe water van Tanjung Aan
- Zonsondergang vanaf Bukit Merese, met de kust die aan beide kanten wegplooit
- De hoefijzerbaai van Mawun op een doordeweekse dag bijna voor jezelf hebben
- De rietgedekte huizen en rijstschuren van Sade en Ende
- Zien hoe een songket vorm krijgt op een heupweefgetouw in Sukarara
In beeld: Kuta Lombok & het zuiden





Hoe lang blijven en waar verblijven
In drie of vier nachten zie je elke dag een ander strand, neem je een surfles of twee en bezoek je de dorpen. Surfers en digital nomads blijven vaak weken.
Kuta zelf is de voor de hand liggende uitvalsbasis: alles is te belopen, met de meeste restaurants en een breed aanbod aan kamers, van hostels tot stijlvolle kleine hotels. Mandalika, het geplande resortgebied langs de baai in het oosten, heeft de grotere internationale hotels en brede, rustige boulevards. Selong Belanak en de heuvels in het westen hebben villa’s en een paar luxe schuilplekken voor wie eigen vervoer heeft. Gerupuk, een vissersdorp in het oosten, is voor toegewijde surfers.
