De Rinjani is de op één na hoogste vulkaan van Indonesië, 3.726 meter boven een zee die je vanaf de top kunt zien. De top is een enorme caldera met daarin het halvemaanvormige meer Segara Anak, op ongeveer 2.000 meter hoogte, en een jonge, nog altijd actieve kegel, Gunung Barujari, die uit het water oprijst. De berg is heilig voor zowel islamitische Sasak als Balinese hindoes, die bedevaarten maken naar het meer en zijn warmwaterbronnen.
Twee dorpen dienen als startpunt. Senaru, op de weelderige noordhelling, ligt het dichtst bij de Gili’s – ongeveer anderhalf uur van de haven van Bangsal – en heeft de klassieke watervallen Sendang Gile en Tiu Kelep. Sembalun, in een hooggelegen landbouwvallei in het oosten, is het gebruikelijke vertrekpunt voor de top, met een open, grazige aanloop. Een derde route, door de kloof van Torean, wordt steeds vaker gebruikt voor de afdaling.
Dit is een serieuze berg: lang, steil, ’s nachts koud en met een stoffige of glibberige ondergrond. Elke wandelaar moet op pad met een gediplomeerde gids en een parkvergunning, en het nationaal park sluit de paden een deel van de natte tijd. Maar je hoeft helemaal niet te klimmen – een dag in Senaru voor de watervallen en een traditioneel dorp is een makkelijke en lonende trip vanaf Gili Air of Senggigi.
Hoogtepunten
- Zonsopgang vanaf de top, met Bali, Sumbawa en de Gili’s uitgespreid onder je
- De eerste blik op Segara Anak vanaf de kraterrand
- Weken in de warmwaterbronnen naast het meer na twee dagen lopen
- De Tiu Kelep-waterval, die je bereikt door in het bos een rivier te doorwaden
- De lappendeken van akkers in de Sembalun-vallei en de korte klim op de Pergasingan-heuvel
- De met riet gedekte Wetu Telu-moskee in Bayan, de oudste van Lombok
In beeld: Mount Rinjani





Hoe lang blijven en waar verblijven
Plan voor elke trektocht een nacht in Senaru of Sembalun, zodat je bij het eerste licht uitgerust vertrekt – in de meeste pakketten is die inbegrepen. De standaardkeuzes zijn twee dagen en één nacht naar een kraterrand (of, voor wie fit is, vanuit Sembalun naar de top), drie dagen en twee nachten voor top, meer en warmwaterbronnen, en af en toe vier dagen in een rustiger tempo. Plak er daarna een hersteldag op een strand aan vast; je benen zullen erom vragen.
Senaru heeft de ruimste keuze aan guesthouses, de meeste met uitzicht op het dal of de zee, en de watervallen voor de deur. Sembalun ligt hoger en is koeler, met eenvoudige lodges en boerderijverblijven tussen aardbeien- en groentevelden. Een paar reizigers kiezen de noordkust rond Tanjung als uitvalsbasis, tussen de haven en de berg.
